Vissen

0
617

0101-08-2009
Binnenkort is er weer een viswedstrijd aan de Wieke. Dat vissen, daar moet je niet te min over denken tegenwoordig. Laatst zat er ook een hele rij, ingespannen over het water turend. Letterlijk: ze vissen namelijk aan de overkant. Dat is heel onhandig. Als er wat met de haak moet gebeuren, kijken of de made het nog doet bijvoorbeeld, is de hengel veel te lang. Die moet dan een heel achteruit, dwars over de weg. Om dat in goede banen te leiden, staan er een paar vachtrollers in een V-vorm in de berm. Als je niet oppast als argeloze fietser steken ze je zo onverhoeds zo`n achterstuk door je spaken. Ik zou zeggen: organiseer die wedstrijd dan aan de overkant, dan heb je dat gedoe niet nodig. Naast die enorme hengel hebben ze nog heel veel meer materiaal. Een soort van keukenkastje om op te zitten, met laden en kleppen. Enorme schepnetten, meterslange bewaarnetten voor in het water. Speciale kleren moet je aan, dat ook. Vissen is ook: meer in het water gooien dan er uit komt. Emmers met voer, om de vis te lokken naar het schijnt. Dat zal ook wel lukken, maar tussen al dat voer raken de vissen blijkbaar het spoor bijster. Je ziet tenminste maar zelden, dat er wat gevangen wordt. Het lijkt me ook niet makkelijk om tussen al dat voer juist dat éne stukje te vinden, waar een haakje inzit. Dat is dan wel weer sportief van die vissers. Als ze onverhoopt toch eens wat vangen, een vis kan zich ook wel eens vergissen, wordt het beestje na meting terug het water in gegooid. 
Vroeger ging dat heel anders. Toen kocht je als jongetje, meisjes visten toen niet, een bamboehengel. Bijvoorbeeld bij Geerdink, daar stond een hele bos, en daar zocht je een mooie uit. Je kon daar ook los snoer kopen: per meter! Een dobber, een paar haakjes en je was klaar. Het snoer werd bovenaan vast geknoopt, en aan de onderkant van de hengel hoorde een gummiring, en zolang werd je snoer ook. Het haakje deed je achter die ring, en dan kon je er mee fietsen. Een jutezak ging mee om op te zitten, en een paar snee brood om aan de haak te doen. En een Buismanbusje met pieren, voor als het met brood niet lukte. Ter plekke werden twee stokken, model katapult, uit een tak gesneden. De ene aan de waterkant om de hengel in te leggen. De ander ondersteboven erachter, en daar ging de achterkant van de hengel onder. 
Je had ook vissers met een brommer. Die hadden een zeildoeken foedraal schuin over de rug, met de bamboehengel. Die kon met koperen bussen in elkaar gezet worden. Boven de visser wapperde een schepnet, gewoon rond van model. En er werd niet alleen vis gevangen: die ging ook mee naar huis. Schoonmaken op een krant, en altijd even op de blaas trappen om die te laten knappen. En dan bakken. Later ging ik vanaf een brug even in het water kijken, en toen zag ik het grootste verschil: dat kan niet meer. Als je dat toen deed, zag je wuivende slierten groen, waar de voorntjes en de baarzen in optocht tussendoor zwommen. Nu zie je niets meer: het water is bruin en smerig. Misschien is het helemaal zo stom nog niet, om de vangst maar gauw weer terug te gooien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Typ je naam hier